De visserstad Elburg

Zeshonderd jaar lang heeft de visserij een belangrijke rol gespeeld in Elburg. Inmiddels moet het voormalige vissersstadje zijn inkomen uit andere bronnen halen.

De visserij is lange tijd naast landbouw en ambacht een van de belangrijkste bronnen van inkomen geweest in Elburg. De eerste schriftelijke vermelding van een Elburgse visser dateert al uit 1313. Maar de visserij kwam in de tweede helft van de achtiende eeuw pas echt tot bloei. Elburgse vissers visten op de zuiderzee, en zelfs op de noordzee. Deze bloeiperiode zou tot in de twintigste eeuw duren.

Met de voltooiing van de afsluitdijk in 1932 werd de zuiderzee afgesloten van het open water. Het water veranderde geleidelijk aan van zout in zoet water.

Vele vissoorten stierven uit. De aal deed het echter goed in het zoete water, en gaf daarmee de elburgse visserij een overlevingskans.

In de oorlogsjaren en de jaren daarna was de grote vraag naar vis nog een van de belangrijkste peilers van de Elburgse economie. In 1956 werd Elburg door de inpoldering geheel van het water afgesloten, en de visserij is inmiddels vrijwel volledig verdwenen.